Zorgstandaarden

Inleiding

Zelfmanagement stelt de chronisch zieke in staat om de gevolgen van de ziekte te beheersen, de ziekte in te passen in het leven en daarmee de ervaren kwaliteit van leven te verhogen. Bevordering en ondersteuning van zelfmanagement dient dan ook onderdeel van iedere zorgstandaard te zijn. In het “Raamwerk Zorgstandaarden” van het Coördinatieplatform Zorgstandaarden (CPZ) uit 2010 wordt veel waarde gehecht aan het bevorderen van zelfmanagement en het stimuleren dat de patiënt zelf de regie voert over eigen ziekte en bestaan. Hierbij dient rekening worden gehouden met karakteristieken van de patiënt, zoals het vermogen tot zelfmanagement en de fase van het ziekteproces. (www.zorgstandaarden.nl)

Zorgstandaarden en zorgmodules

Zelfmanagement is een integraal onderdeel van alle zorgstandaarden voor chronisch zieken. Een zorgstandaard geeft vanuit het patiëntenperspectief een beschrijving van de zorg gedurende het complete zorgcontinuüm. Een zorgstandaard gaat in op de individuele preventie en zorg, waaronder ook de ondersteuning bij zelfmanagement. In de zorgstandaard is een beschrijving opgenomen van  de organisatie van de zorg en de relevante kwaliteitsindicatoren. Een zorgmodule is onderdeel van het generieke hoofdstuk van een zorgstandaard. Het beschrijft een generieke component in de zorg voor chronische zieken. Een generieke component kan op meer dan één chronische ziekte van toepassing kan zijn. Een zorgmodule is toepasbaar in een bepaalde fase van een chronische ziekte, maar dezelfde zorgmodule kan bij een andere chronische ziekte in meerdere fasen van toepassing blijken. Ook kan een bepaalde zorgmodule soms meermalen bij één ziekte van toepassing zijn, al dan niet in verschillende fasen.

In het “Raamwerk Zorgstandaarden” worden een aantal integrale elementen van zelfmanagement genoemd waaraan de zorg en de zorgorganisatie rond de patiënt moeten voldoen om positieve effecten van zelfmanagement te realiseren. Deze elementen van zelfmanagement worden geacht in een zorgstandaard aan de orde te komen:
1.    Ondersteuning (gericht op het bevorderen van het zelfsturend vermogen);
2.    Patiëntenvoorlichting en –educatie (gericht op kennis en vaardigheden op medisch-technisch gebied);
3.    Motivatie (de chronisch zieke wordt gepositioneerd, gemotiveerd en gefaciliteerd om aan zelfmanagement te doen, maar de chronisch zieke doet alleen dat wat hij aankan en waarbij hij zich veilig voelt);
4.    Beschikbaarheid van interventiemethodieken en zelfzorghulpmiddelen voor patiënt en zorgverlener;
5.    Individueel zorgplan met persoonlijke behandeldoelen;
6.    Digitale infrastructuur: persoonlijk gezondheidsdossier en patiënten portaal.

Zorgmodule Zelfmanagement


Om zelfmanagement in Nederland te ondersteunen gaat een groep experts onder leiding van Mike Leers, oud-voorzitter Raad van Bestuur van CZ, een zorgmodule zelfmanagement ontwikkelen. Op 26 maart 2013 is de ontwikkelgroep van de zorgmodule zelfmanagement voor het eerst bij elkaar gekomen. De ontwikkelgroep gaat een functionele beschrijving maken van de manier waarop zelfmanagement in Nederland ondersteund kan worden. Daarbij wordt de kennis uit internationaal wetenschappelijk onderzoek gecombineerd met praktijkkennis van zowel patiënten als zorgverleners. Het streven is om de zorgmodule eind november 2013 af te hebben.

Op de foto ziet u, naast de ontwikkelgroep, directeur Wilma Wind van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) die  namens het Landelijk Actieprogramma Zelfmanagement (LAZ) het evaluatieboekje heeft aangeboden aan voorzitter Mike Leers. Deze overhandiging door de NPCF staat symbool voor dat reeds ontwikkelde kennis uit het LAZ benut gaat worden voor de ontwikkeling van de zorgmodule.

Meer informatie
Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met de secretaris van ontwikkelgroep: Jeroen Havers, Senior Adviseur CBO, tel (030) 284 39 53, e-mail j.havers@cbo.nl



terug