Wat is nodig om zelfmanagement te financieren?

Het creëren van de juiste financiële omstandigheden kan zelfmanagement een enorme stimulans geven. Maar wie betaalt de investering? Ons financieringsmodel is zo ingericht dat er vaak wetenschappelijk bewijs geleverd moet worden vóór iets kan worden gefinancierd. Er zijn echter ook mogelijkheden met een ander financieel model. De vraag is: welke partijen naast zorgverzekeraars en zorginstellingen kunnen hieraan bijdragen? Wat zou bijvoorbeeld de rol van gemeenten, de industrie en patiënten zelf kunnen zijn?

In diverse bijeenkomsten, zoals in de ziektespecifieke werkgroepen in het Landelijk Actieprogramma Zelfmanagement (LAZ) en een invitational conference met zorgverzekeraars in september 2010, is over zelfmanagement in relatie tot financiering gesproken.

Zelfmanagement in de wetgeving

Als het gaat om financiering van een nieuw thema dan wordt vaak in eerste instantie gekeken naar de huidige publieke financieringsbronnen van de gezondheidszorg, die zijn vastgelegd in onder meer de zorgverzekeringswet (ZVW), de AWBZ en de Wmo.
Het College voor Zorgverzekering (CvZ) heeft een rapport geschreven waarin het de activiteiten die schuilgaan achter het begrip begeleiding bij zelfmanagement chronische ziekten verduidelijkt en deze toetst aan de ZVW. Het rapport is te downloaden als pdf.

Hierin wordt aangegeven dat binnen de grenzen van de ZVW er veel mogelijkheden zijn om zelfmanagement bij chronische ziekten te bevorderen en te stimuleren. Tevens wordt aangegeven dat er in de praktijk diverse hobbels blijken te zijn.

Knelpunten uit de ziektespecifieke werkgroepen

Deze conclusies worden onderschreven in de ziektespecifieke werkgroepen van het LAZ. Zij geven aan dat in sommige praktijken al op basis van zelfmanagementprincipes gehandeld wordt, zoals het geven van educatie en het coachen van de patiënten. Echter,  dat is nog geen gemeengoed. Er kan nog veel verder geprofessionaliseerd worden. Om die professionaliseringsslag te maken, zijn tijd en middelen nodig om de geconstateerde knelpunten te verhelpen:
  1. Weinig financieringsmogelijkheden voor innovatie: in diverse werkgroepen is geconstateerd dat er weinig financieringmogelijkheden zijn voor vernieuwingsprojecten of onderzoek op het gebied van zelfmanagement.
  2. Ontbreken structurele financiering: in bijvoorbeeld de huidige DBC-systematiek worden bepaalde zelfmanagementactiviteiten (en/of de inzet voor de ondersteuning daarvan) niet vergoed. Ook is er geen structurele financiering beschikbaar voor het trainen van zorgverleners in de principes van zelfmanagementondersteuning en voor het trainen van patiënten in de principes van zelfmanagement, met name gericht op het versterken van het vertrouwen in eigen kunnen (self-efficacy). Bij de inkoop van zorg door zorgverzekeraars lijkt zelfmanagement ook nog geen thema. Het niet structureel opnemen van zelfmanagementactiviteiten in de financiering kan volgens de werkgroepleden een belemmering vormen voor verdere implementatie.
  3. Ontbreken van evidence: zorgverzekeraars geven als reden aan dat zij geen zelfmanagementactiviteiten kunnen vergoeden die niet met evidence onderbouwd zijn. Uitzondering hierop is bijvoorbeeld zijn stoppen met roken programma. En in aanvullende zorgverzekeringspakketten is bijvoorbeeld de financiering van lotgenotencontacten opgenomen.
  4. Belemmering samenwerking: de huidige financieringsstructuur belemmert de samenwerking tussen 1e en 2e lijn op het gebied van zelfmanagement. De schotten in de financiering vertroebelen de discussie over goede zelfmanagementzorg die door meerdere partijen geleverd wordt.
  5. Ontbreken van financiering voor zelfmanagementactiviteiten die door patiëntenorganisaties worden georganiseerd. Het goed inzetten van deze activiteiten kan leiden tot een lagere druk op de zorgverleners en zorgorganisaties.

Adviezen uit de ziektespecifieke werkgroepen

In de toekomst zien de werkgroepen een mogelijke oplossing om het thema zelfmanagement te integreren in de inkoop door zorgverzekeraars en zelfmanagementactiviteiten op te nemen in het basispakket. Volgens de werkgroepleden kunnen zorgverzekeraars het beste samen met de zorgaanbieders verkennen wat de mogelijkheden zijn voor het financieren van zelfmanagementactiviteiten. Verder geven zij aan dat het belangrijk is financiering te agenderen bij de ziektekostenverzekeraars, NZA, DBC–onderhoud, beroepsgroepen, patiëntenverenigingen, kennisinstituten en koepelorganisaties (bijvoorbeeld KNMG, OMS, TNO, CBO, Vilans, LEVV, KNGF).

Uitkomst Invitational conference

De knelpunten van de ziektespecifieke werkgroepen zijn tevens aan de orde gekomen in een invitational conference in september 2010 met zorgverzekeraars. Samenvattend kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
  1. het is belangrijk eerst goed de werkzame principes en succesfactoren van zelfmanagement te kennen;
  2. als duidelijk is wat zelfmanagement kan opleveren, zijn financiers eerder bereid te investeren;
  3. zelfmanagement kan op verschillende manieren gefinancierd worden, vanuit de ZVW en AWBZ, maar ook vanuit bedrijven, de industrie en een bijdrage van patiënten zelf;
  4. van belang is nu al wel het gesprek aan te gaan met diverse sleutelpartijen hoe innovaties als zelfmanagement in de toekomst stap voor stap een financiële basis kunnen krijgen.

Bijdrage van het LAZ aan de structurele financiële inbedding van zelfmanagement

Het LAZ wil als volgt hier een bijdrage aan leveren. In 2011-2012 meer ervaring opdoen met zelfmanagement in de praktijk via de zogenaamde proefimplementaties. Hierbij worden zowel werkzame principes als effecten in kaart gebracht. Deze kunnen gebruikt worden voor het vertalen naar algemene items waarop getoetst kan worden bij de zorginkoop.

In het najaar van 2011 organiseert het LAZ een inspiratiebijeenkomst waarin onder meer aandacht wordt besteed aan:
  • hoe innovaties uit het verleden zijn ingebed (inclusief de stappen daarnaar toe);
  • voorbeelden hoe zelfmanagement nu al een plek heeft in de praktijk en hoe het gefinancierd wordt;
  • het gezamenlijk definiëren van vervolgstappen. Deze opzet kan dan worden aangereikt aan de kerngroep zelfmanagement, die werkt aan een brede infrastructuur voor zelfmanagement.