|
Het afgelopen jaar nam het LAZ de stand van zelfmanagement op bij zeven chronische aandoeningen, namelijk COPD, diabetes, depressie, hartfalen, reuma, spierziekten en oncologische aandoeningen. Conclusie: er is nog voldoende werk te doen!
Visie werkgroepen
De werkgroepen leggen het mandaat voor zelfmanagement nadrukkelijk bij de patiënt. Open communicatie over hoe je als patiënt wilt omgaan met je ziekte is essentieel. Zelfmanagementondersteuning is erop gericht elke patiënt het inzicht en vertrouwen te geven om keuzes te maken. Familie of naasten zijn nauw betrokken en helpen hierbij.
Paradigmashift is nodig
De werkgroepen noemen vier fundamentele veranderingen om te komen tot meer en beter zelfmanagement:
- Een relatie tussen zorgverlener en patiënt die gekenmerkt wordt door gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen.
- Een andere visie op zorg. Patiënten gaan de oplossing voor gezondheidsproblemen primair bij zichzelf zoeken en daarna pas bij de zorg. En zorgverleners gaan patiënten zien als mensen in wier leven zij - vanwege een ziekte - (tijdelijk) te gast zijn. Zij kijken naar wat patiënten zélf kunnen en naar de doelen die zij voor ogen hebben.
- Het verschuiven van de aandacht van de behandeldoelen van de zorgverlener naar de levensdoelen van de patiënt.
- Aanpassingen in zorgorganisatie, zorgfinanciering, verantwoording en toezicht om ruimte te scheppen voor zorgvormen die beter bij zelfmanagement passen.
Actie
Er is actie geboden van alle partijen in en rond de zorg. De werkgroepen adviseren:
1. Sla als patiëntenorganisaties de handen ineen
2. Versterk als zorgaanbieder je eigen competenties
3. Organiseer de zorg anders
4. Vergoed als zorgverzekeraars (het ondersteunen van) zelfmanagement
5. Organiseer nieuw onderzoek en ontwikkel beleid
Download hier het rapport
Voor elk van de genoemde aandoeningen heeft een werkgroep van professionals en patiënten het bestaande aanbod en de toekomstwensen beschreven. Hun bevindingen zijn gebundeld in de rapportage ‘ Verkennend onderzoek zelfmanagement 2010’ (pdf).
‘Hoe kunnen we zelfmanagement versterken via ons digitale logboek, het webbased Keten Informatie Systeem (KIS)?’ Het LAZ nam deze vraag van zorg-ICT-leverancier Portavita serieus en organiseert nu bijeenkomsten voor de eerstelijnszorggroepen die al met het KIS werken.
Portavita® ontwikkelt, verkoopt en implementeert een webgebaseerd Keten Informatie Systeem (KIS) dat de multidisciplinaire behandeling van mensen met een chronische aandoening ondersteunt. Het KIS is een digitaal logboek waarmee patiënten online hun eigen dossier kunnen bijhouden en berichten kunnen uitwisselen met zorgverleners. Daarmee is het een geschikt instrument om zelfmanagement toe te passen. Met alleen een tool red je het echter niet. Het LAZ verzorgt daarom proefimplementaties bij praktijken met diabetes- en COPD-patiënten.
POH’ers
In dit kader organiseert het LAZ nu samen met Portavita enkele bijeenkomsten voor de betrokken eerstelijnszorggroepen. Doel is te kijken hoe zij via het KIS zelfmanagement kunnen stimuleren.
De hoofdrol is daarbij weggelegd voor praktijkondersteuners (POH’ers). Als zorgprofessionals zijn zij gewend te denken vanuit hun eigen professie. De meer klantgerichte aanpak bij zelfmanagement was voor sommigen nog wat wennen. ’Het is een veelomvattende methode, die vraagt om een heel andere benaderingswijze’ en ‘Er is veel meer waar ik op moet letten en waar ik aan moet denken’ waren enkele uitspraken na afloop van de startbijeenkomst op 24 mei.
Huiswerk
De deelnemers zijn nu bezig een plan van aanpak te schrijven. Daarin staat onder meer het doel van het traject, de zelfmanagementinterventie die ze willen gaan gebruiken, en wie en wat ze ervoor nodig hebben. De POH’ers kunnen kiezen tussen verschillende interventies uit de toolbox van het LAZ, zoals het individueel zorgplan, een vragenlijst voorafgaand aan de jaarcontrole, de Partners-in-Health-vragenlijst of motivational interviewing. Het digitale logboek van Portavita fungeert als communicatiemiddel tussen professionals en patiënt. Patiënten kunnen in dit digitaal logboek onder andere afspraken nalezen en communiceren met hun zorgverleners.
Afsluiting
Later dit jaar of begin volgend jaar vinden er nog een voortgangsbijeenkomst en een slotbijeenkomst plaats. Op die laatste dag presenteren de deelnemers de uitkomsten van de door hen gekozen interventies. Vervolgens worden de ervaringen en kritische succesfactoren beschreven voor praktijken die aan de slag willen met zelfmanagement en een digitaal logboek.
Meer informatie
Op /praktijkervaringen/digitaal-logboek-portavita-/ kunt u meer hierover lezen.
Op 22 juni werd een landelijk platform opgericht voor gezamenlijke besluitvorming. Doel is het proces te versterken waarin chronisch zieken in samenspel met hun zorgverleners de diagnostiek of behandeling kiezen die het beste bij hen past.
Oprichting platform
In aansluiting op de 6th International Shared Decision Making conference werd eind juni op een speciale bijeenkomst in Maastricht een nieuw platform opgericht voor gezamenlijke besluitvorming (Shared Decision Making ofwel SDM). De bijeenkomst werd mede mogelijk gemaakt door CZ, ZonMw en het Landelijk Actieprogramma Zelfmanagement (LAZ).
De lancering van dit platform is een vervolg op eerdere projecten waarin een groot aantal organisaties (een methodiek voor de ontwikkeling van) keuzehulpen ontwikkelden. Een keuzehulp is een instrument om het besluitvormingsproces tussen cliënt en professional te ondersteunen. In Nederland zijn er circa twintig ontwikkeld en daarbuiten nog veel meer.
Waarom SDM?
De ziektespecifieke werkgroepen van het LAZ vragen nadrukkelijk aandacht voor de rol van patiënten in gezondheidszorgbeslissingen. Ze beschouwen SDM als een prima middel om te komen tot een beter samenspel tussen patiënt en zorgverlener. Het stimuleert namelijk het proces waarin de patiënt wordt geholpen de juiste keuze te maken als het gaat om diagnostiek of behandeling.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het goed inrichten en ondersteunen van dit proces patiënten helpt. Ze zijn beter geïnformeerd, ze zijn zich meer bewust van de voor- en nadelen van bepaalde keuzes, ze voelen zich vaker tevreden en twijfelen minder over hun genomen beslissing (zie onder meer Cochrane-review).
Doelstellingen platform
In aanwezigheid van ruim zestig enthousiaste deelnemers maakte het platform SDM haar missie en voorlopige doelstellingen bekend. De wetenschappelijke onderzoeksresultaten zijn er, maar die kennis komt nog lang niet altijd in de spreekkamer terecht. Vandaar de missie om een veel bredere toepassing van goede gezamenlijke besluitvorming te realiseren, bijvoorbeeld door meer aandacht voor SDM in het onderwijs aan professionals.
Doe mee! Onderteken nu!
Met de feedback uit de bijeenkomst zal een plan van aanpak worden opgesteld. Vervolgens is het de bedoeling dat zo veel mogelijk Nederlandse organisaties het Salzburg Statement ondertekenen.
Wilt u ook dat de gezamenlijke besluitvorming tussen cliënten en professionals in Nederland verbetert? Meld u dan direct aan bij Haske van Veenendaal en ontvang het verzoek tot ondertekening!
Meer informatie
- Diverse Nederlandse organisaties participeren in het nieuwe platform. De presentaties van onder meer het MUMC, UMC St Radboud, de NPCF, het LUMC, CZ, het Kwaliteitsinstituut i.o. en het CBO vindt u hier .
- Bekijk het voorlopige plan van aanpak (pdf) van het Platform SDM.
- Via Medisch Contact zijn interviews en een artikel te vinden over SDM.
- Wilt u meer informatie over Shared Decision Making? Neem dan contact op met het LAZ, Haske van Veenendaal, managing consultant CBO, (030) 284 39 21, h.vanveenendaal@cbo.nl.
Interview MC-tv met Haske van Veenendaal
Binnen het LAZ houdt een speciale themagroep zich bezig met zelfmanagement bij moeilijk bereikbare patiënten. Hierbij een overzicht van de activiteiten.
Meer dan tien procent van de mensen in Nederland heeft beperkte 'gezondheidsvaardigheden'. Voor hen is zelfmanagement niet vanzelfsprekend omdat ze de vaardigheden missen om informatie over gezondheid, ziekte, zelfzorg en voorzieningengebruik op een effectieve manier te verkrijgen, te begrijpen en toe te passen. Dat kan hen moeilijker bereikbaar maken voor zorg. Met name mensen met een andere culturele achtergrond of met een laag sociaal economische status, laaggeletterden en ouderen ondervinden problemen in het vinden en gebruiken van informatie over gezondhe
Themagroep
De themagroep ‘Moeilijk bereikbare groepen’ (MBG) van het LAZ kijkt in hoeverre zelfmanagement bij deze groepen patiënten anders is en inventariseert de behoeften en knelpunten op het vlak van zelfmanagement. Er wordt vooral gezocht naar antwoord op de vraag: hoe kunnen zorgverleners én deze patiënten zelf toegerust worden om zelfmanagement te verwezenlijken?
Activiteiten
In 2010 kwamen professionals van diverse organisaties in een expertmeeting bij elkaar om oplossingen te verzamelen ten aanzien van zelfmanagement bij moeilijk bereikbare groepen. Het verslag van deze meeting vindt u hier.
Proefimplementatie
In het tweede kwartaal van 2011 is de themagroep gestart met de eerste proefimplementatie bij vier huisartsen- en fysiotherapiepraktijken in Amsterdam-Noord. In dit stadsdeel woont een groot aantal mensen uit de doelgroep. De zorgverleners ervaren het stimuleren van zelfmanagement bij deze patiënten om verschillende redenen als een groot probleem. Zo spelen taalbarrières een rol, hebben patiënten vaak een beperkte kennis over het Nederlandse zorgsysteem en is er soms ook een andere kijk op de rol/positie van de arts. Daarnaast zijn er in die buurt veel chronisch zieken en mensen met meerdere ziektebeelden (comorbiditeit), wat de zorg extra complex maakt.
Tijdens de proefimplementatie hebben de betrokken huisartsen, praktijkondersteuners en fysiotherapeut gekeken welke groep chronische patiënten (voornamelijk diabetes) op dit moment moeilijk bereikbaar is of moeilijk te stimuleren op het vlak van meer bewegen, leefstijlaanpassing, beter toepassen van zorginformatie en medicijngebruik. De deelnemers hebben de problemen en hun ideeën hierover op papier gezet. Op basis van deze stukken wordt op dit moment samen met de themagroep van het LAZ bepaald welke interventies het beste aansluiten bij de problematiek. De opgedane ervaringen vindt u later op deze website.
Een tweede proefimplementatie op een andere locatie in Nederland is momenteel in voorbereiding. Kijk hier voor meer over moeilijk bereikbare groepen of lees de blog.
Overige activiteiten
Andere lopende activiteiten van de themagroep zijn:
- het ontwikkelen van een themaspecifieke toolbox van goede voorbeelden, interventies, handige tips en links op www.zelfmanagement.com;
- participatie in de werkgroep 'Kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van migranten en vluchtelingen' van Pharos, NIVEL en het CKZ;
- medeorganisator van een bijeenkomst in de Week van de Alfabetisering (september 2011) over zelfmanagement en gezondheidsvaardigheden, als partner in de Alliantie Gezondheidsvaardigheden;
- in samenwerking met Vilans ontwikkelen van de trainingsmodule 'Hoe ondersteuning ik zelfmanagement bij moeilijk bereikbare doelgroepen?'.
De RVZ adviseerde aan minister Schippers dat de gezondheidszorg moet gaan werken met duidelijke doelen. Dit stelt de RVZ omdat de gezondheidszorg in ons land minder goed is dan hij zou kunnen zijn. Ook binnen het Landelijk Actieprogramma Zelfmanagement (LAZ) is een conclusie van deze strekking getrokken.
Doelen stellen stimuleert de patiënt om bewuster en actiever te werken aan gezondheid. Overigens is dat voor patiënten niet altijd even gemakkelijk. Het vergt een bepaald abstractievermogen en veronderstelt dat de patiënt van mening is dat deze zelf invloed heeft op zijn of haar gezondheid. En dus niet dat de zorgverlener zijn of haar probleem oplost.
Onlangs is het LAZ gestart met het uitvoeren van kleine proefimplementaties om praktijkervaring op te doen met zelfmanagementtools. De eerste ervaringen van het LAZ zijn positief. Patiënten geven aan het prettig te vinden dat ze niet de enige zijn met soortgelijke problemen en dat ze horen hoe andere patiënten deze aanpakken. En wat goed lijkt te werken is: de gezondheidsdoelen in perspectief plaatsen door ze te koppelen aan levensdoelen. Een hartpatiënt stelde: “Ik wil graag met mijn kleinzoon maandelijks naar de dierentuin blijven gaan. Daarvoor houd ik graag mijn risico’s en streefwaarden onder controle.”
In de praktijk zullen we nog volop moeten experimenteren op welke wijze ‘doelen stellen’ kan worden toegepast. Voor diverse doelgroepen zijn er verschillende mogelijkheden. De een spreekt het aan om zelf met een individueel zorgplan aan de slag te gaan, terwijl de ander liever in een groep met medepatiënten oplossingen bespreekt.
Het LAZ verwacht dat het meeste effect wordt bereikt door doelen te stellen op een manier die bij de patiënt past en aan te sluiten bij wat de patiënt belangrijk vindt. Een mogelijke manier voor de zorgverlener om met de patiënt hierover in gesprek te raken is de quick-scan zelfmanagement, die het LAZ samen met Motivaction ontwikkelt.
Wordt vervolgd. Klik hier voor de acht gestarte proefimplementaties. Het LAZ zal in de loop van dit jaar het aantal verdubbelen om tot goede praktijkervaringen te komen.
Op maandagavond 27 juni vond het zorgdebat, georganiseerd door VvAA en BNR nieuwsradio, plaats en had als stelling: ‘Zorg om de hoek is een illusie’. Dit was de tweede in een reeks ‘live’ radiodebatten rondom het thema ‘Wat geld(t) in de zorg?’. Het thema is geformuleerd na trendonderzoek van VvAA naar de nieuwe plannen van minister Schippers over het dichter bij huis leveren van basiszorg. Het debat werd geleid door Harmke Pijpers, presentatrice van BNR gezond.
Er waren verschillende experts uitgenodigd om de stelling te bevestigen of te ontkrachten. Zo was Atie Schipaanboord, directeur van V&VN, het eens met de stelling en stelde zij taakherschikking voor waarbij de verpleegkundig specialisten een belangrijke brugfunctie spelen. Hierbij valt ook te denken aan het bevorderen van zelfmanagementvaardigheden.
Een aantal van de debaters, Sabine Pinedo, internist en voorzitter van online trombosedienst Stichting Begeleide Zelfzorg, Daan Dohmen, directeur van Focus Cura Zorginnovatie, en Esther Bertholet, specialist ouderengeneeskunde, gaven voorbeelden van hoe e-health wordt ingezet om zelfmanagementvaardigheden te bevorderen.
Onder andere door een online trombosedienst service, waarbij via beveiligde internetverbindingen gegevens worden uitgewisseld tussen arts en patiënt.
Het inzetten van coördinerende verpleegkundige binnen huisartsenpraktijken, in combinatie met e-health interventies, kunnen zorgen voor bereikbare zorg om de hoek en kostenreductie. Zelfmanagementvaardigheden kunnen hierbij opname in ziekenhuizen of verpleeghuizen uitstellen of voorkomen.
Een belangrijk punt, wat herhaaldelijk in het debat naar voren kwam, was het groeiende aantal patiënten en de kosten die dat met zich meebrengt. Eigenlijk waren de experts het unaniem eens dat specialisten niet meer onder de nieuwe zorginterventies uit kunnen, willen ze hun patiënten topzorg blijven leveren.
Zelfmanagement en online interventies zijn hierbij onontbeerlijk, zoals ook werd aangehaald door Daan Dohmen, die aangaf: “in Nederland is er vaak de drang om het wiel opnieuw uit te vinden, terwijl er al zoveel e-health interventies bekend zijn. Laten we dit dan ook wijd verspreiden en toepassen, de resultaten liggen er!”
Grote afwezige op het zorgdebat waren de patiëntenfederaties. Juist zij kunnen de link leggen tussen de praktijk zoals die ervaren wordt door de patiënt en de nieuwe ontwikkelingen in de zorg op het gebied van zelfmanagement en online of e-health interventies. Reacties uit het publiek draaide dan ook vooral om het aan de man brengen van de verschillende bestaande interventies. “Patiënten zijn er gewoon niet op de hoogte van het bestaan van zelfmanagement en e-health interventies.”
De conclusie van het zorgdebat was dan ook dat er al veel nieuwe interventies op het gebied van zelfmanagement en e-health ontwikkeld zijn maar dat de implementatie nog op zich laat wachten.
Matthijs Zwier
Matthijs Zwier twittert regelmatig over onderwerpen in de zorg
De vorige poll was: ‘Zelfmanagement stelt de levensdoelen van de patiënt voorop (niet de behandeldoelen).’ Hiermee waren 103 mensen het mee eens. En acht mensen het oneens. De uitkomst sluit aan op de bevindingen van het voorgaande artikel.
Op onze website staat een nieuwe stelling. Mee eens of juist niet?
|