Opdrachtformulering ziektespecifieke werkgroepen
De zeven werkgroepen voor de specifieke ziektebeeld (COPD/astma, depressie, diabetes, hartfalen, kanker, reuma en spierziekten) hebben elk de volgende opdracht.
- De werkgroep inventariseert de stand van zaken met betrekking tot zelfmanagement in het betreffende ziektebeeld. Hierbij kan het generieke model als denkkader worden gebruikt. Op basis van het format dat door CBO wordt aangeleverd (gebaseerd op het generieke model) maakt de werkgroep een zogenoemde ‘wittevlekkenanalyse’. Ook wordt er een inventarisatie gemaakt van goede voorbeelden.
- De werkgroep geeft feedback over de bruikbaarheid van het generieke model en reikt mogelijke verbeteringen aan.
- De werkgroep maakt inzichtelijk wat er nodig is om patiënten met een bepaald ziektebeeld beter in staat te stellen tot zelfmanagement. Ook wordt gekeken welke belemmeringen er nog zijn of welke randvoorwaarden ontbreken (qua financiën, ICT of wetgeving) voor zowel patiënten als professionals.
- De werkgroep benoemt ook de benodigdheden en belemmeringen die het eigen ziektebeeld overstijgen.
- De werkgroep brengt zelfmanagement onder de aandacht bij de stakeholders. De werkgroep bepaalt zelf wie dat zijn en hoe en waarover deze partijen geïnformeerd moeten worden en/of bij welke activiteiten zij betrokken moeten worden.
- De werkgroep formuleert op basis van bovenstaande een advies over de verdere ontwikkeling van zelfmanagement binnen het ziektebeeld, waarin ook ziekteoverstijgende thema’s en voorstellen voor vervolgprojecten en proefimplementaties worden benoemd.
- De werkgroep maakt afspraken over de invulling van de ziektespecifieke passage die hoort bij de module zelfmanagement binnen de zorgstandaard.
- De werkgroep kijkt hoe het geschreven advies vertaald kan worden in nieuwe projecten, interventies en vervolgstappen. Dit gebeurt in overleg met de centrale werkgroep. Er wordt gekeken naar mogelijke financiering van vervolgacties.
terug |